Belangrijkste psycho-analytische stromingen


Dromen als wensvervulling?

Sigmund Freud over dromen als koninklijke weg naar het onbewuste.


Dromen zeggen iets over de persoonlijkheid van de dromer.

Voor de tijd van Freud werd aangenomen dat dromen vooral tot stand kwamen door lichamelijke prikkels. Een volle blaas was dan de oorzaak voor een droom over een waterval of een regenbui. Maar Freud ging een stap verder: waarom droomt de een over regen en de ander over een waterval? De oorzaak daarvan lag volgens Freud in de persoonlijkheid van de dromer en vooral in de ervaringen die deze in zijn jeugd had gehad. Hiermee legde hij de basis voor de eerste droomtheorie in onze tijd: trachten de inhoud van de droom te verklaren uit de persoonlijkheid van de dromer.

Koninklijke weg naar het onbewuste

Freud had een goede reden om zich met dromen bezig te houden. Hij had de techniek van de vrije associatie ontwikkeld. Zijn patiënten die veelal leden aan psychosomatische kwalen, gaven tijdens de therapie vrijelijk, zonder censuur, uiting aan alles wat bij hen opkwam. Spontaan vertelden ze vaak over dromen. Door middel van vrije associatie hoopte Freud rechtstreeks in contact te komen met het onderbewuste van de patiënt en daarmee ook met de oorzaken van diens problemen. Bij de vrije associatie kwamen niet alleen herinneringen en associaties naar voren, maar veel patiënten vertelden ook spontaan over hun dromen. Dan, zo veronderstelde Freud, zou een droom ook veel kunnen vertellen over de problemen van de dromer. Freud noemde dromen dan ook 'de koninklijke weg naar het onbewuste'.


Carl G. Jung

Jung is naast Freud een van de belangrijkste figuren geweest in het droomonderzoek. Naast overeenkomsten met Freuds theorieën waren er ook een boel verschillen, waaronder het geloof in het collectief onderbewuste en de tegenstellingen theorie.


De beroemdste volgeling van Sigmund Freud was ongetwijfeld Carl Gustav Jung. Jung is geboren op 26 juli 1875 in het kleine Zwitserse stadje Kessewil. Een aanzienlijk deel van zijn familie was goed opgeleid. Na een moeilijke jeugd met veel faalangst besloot Jung geneeskunde te gaan studeren. Eenmaal afgestudeerd ging hij werken in een ziekenhuis in Zürich op de afdeling psychiatrie. Nadat hij lang aanhanger was geweest van Freuds ideeën ontmoette hij hem voor het eerst in 1907, hun eerste ontmoeting duurde wel 13 uur! Kort nadat de eerste wereldoorlog uitbrak stelde Jung zijn belangrijkste theorieën op.


Net als Freud legde ook Jung veel nadruk op het onderbewuste van de mens. Het deel van de geest waarover we geen bewuste controle kunnen uitoefenen. In tegenstelling tot Freud had hij echter bedacht dat er naast een individueel onderbewuste ook sprake was van een collectief onderbewuste. Dit is een deel van de geest waarmee we geboren worden, een erfenis van alle vroegere generaties. Een mooi voorbeeld om dit collectief onbewuste duidelijk te maken is bijna-dood-ervaringen. Mensen van over de hele wereld beschrijven, zonder contact met elkaar gehad te hebben, dit op dezelfde manier. Dit was volgens Jung een duidelijk bewijs van het collectief onderbewuste. Jung benoemde de inhoud van het collectief onderbewuste archetypen. Eigenlijk is een archetype dus een niet-aangeleerde neiging om zaken op een bepaalde manier te beleven. Kort voor het einde van zijn  leven voegde Jung nog toe aan zijn theorie dat archetypen buiten het bereik van tijd en ruimte functioneren, en dat ze daarom zulke mystieke krachten hebben.



Naast zijn theorieën over archetypen heeft Jung ook nagedacht over andere zaken. Zo was hij van mening dat mensen zichzelf in balans moeten zien te houden. Dit is waar de dromen een rol beginnen te spelen in Jungs theorie. Wanneer een persoon overdag een uitgesproken denker is, dus veel bezig is met lezen of wetenschap, zal hij ’s nachts hoogstwaarschijnlijk gaan dromen over gevoelszaken als liefde of vriendschap. Dit om zijn persoonlijkheid in evenwicht te houden. Jung ging uit van twee verschillende extreme tegenstellingen die in evenwicht gehouden moesten worden, namelijk Denken – voelen en Ratio – intuïtie. Dromen over lezen van een boek zou Jung dus verklaren als een te sterke neiging van emoties in het wakkere leven.



Alfred Adler (Wenen, 7 februari 1870 – Aberdeen, 28 mei 1937) was een Joods-Oostenrijks psycholoog en psychiater.

Hij was evenals Jung een tijdgenoot van Freud. Naast Freud en Jung geldt Adler als de derde stamvader van de psychoanalyse.

Een tweede overeenkomst met Jung is dat ook Adler na enige jaren samenwerking brak met de leer van Freud. Hij deed dat zelfs nog een jaar eerder dan Jung, in 1911. Daarna stichtte hij zijn eigen leerschool, die van de 'individualpsychologie' of de individuele psychologie, de vlag waar ook Jung zich onder schaarde.

Als psychoanalyticus onderzocht Adler naar processen in het bewuste en onbewuste die de persoonlijkheid zouden vormen en beheersen. Hij ontwikkelde het concept van het 'minderwaardigheidscomplex', sterke gevoelens van minderwaardigheid en onzekerheid die voortkomen uit reële of ingebeelde tekorten. Ook geloofde hij dat de sterkste menselijke drijfveer het verlangen naar 'superioriteit' is.


Frederic Perls was een Weense psycho-analyticus. Na de 'Anschluss' in 1933 vluchtte hij uit Oostenrijk. Na een korte verblijf in Nederland en later in Zuid-Afrika, ging hij naar de Verenigde Staten. Daar werd hij de grondlegger van de gestalt-psychologie.


Je droom, dat ben jezelf

Ieder droombeeld staat voor een aspect van de persoonlijkheid, zegt Perls. De grote variatie en rijkdom van droombeelden bieden zicht op de grote verscheidenheid aan mogelijkheden die ieder in zich draagt. De droom biedt een unieke kans om met die mogelijkheden in contact te komen. Met de kanten van onszelf die we al kenden, maar vooral met die waar we ons minder of niet van bewust zijn. Via de droom kunnen we ons die eigen maken. De droom kan ons helpen onze mogelijkheden beter te benutten. Het gaat daarbij niet in de eerste plaats om de interpretatie van de droombeelden. Belangrijker is dat we de droombeelden aan den lijve ervaren.

In de Gestalt-therapeutische benadering kan tussen verschillende droombeelden ook een dialoog tot stad komen. Vaak spitst de dialoog zich toe tot een uitwisseling tussen wat Perls noemt topdog en underdog. De topdog is een redelijk klinkende figuur, meestal met een mondvol cliché's en oordelen. Hij beroept zich vaak op wat 'men' ervan vindt. De underdog smeekt en wringt zich in bochten tegenover de topdog. En delft meestal het onderspit. Maar de verdrongen underdog laat zich vaak indirect gelden in de vorm van oncontroleerbaar, destructief gedrag. Of in steeds weer dezelfde negatieve gedachtegang.

Als de underdog wel de ruimte krijgt, komen vaak iemands onderdrukte warme, speelse of creatieve kanten naar voren.


Boeddisme en dromen

Alle tradities binnen het boeddhisme gebruiken dromen als metafoor om de voorbijgaande aard van alle verschijnselen te illustreren. Deze worden vergeleken met een vallende ster, een illusie, een flakkerende boterlamp, een dauwdruppel bij de dageraad, een bliksemflits, overdrijvende wolken of.... met een droom.

De verlichting of het uiteindelijke inzicht in onze ware aard ziet men dan als het ontwaken uit een droom of nachtmerrie. Het boeddhisme zegt dus niet dat waken en dromen hetzelfde zijn, zoals soms wel eens wordt gedacht.

Er is wel degelijk een verschil tussen droom- en waakwereld, hoewel het mentale proces hetzelfde is tijdens zowel dromen als waken. Het boeddhisme ziet dromen als een weerspiegeling van mentale verschijnselen. Deze hebben geen bijzondere betekenis en zeer zeker moeten we ons niet aan onze droombeelden hechten.

Karmische en heldere dromen

Binnen het Tibetaans of Vajrayana boeddhisme is er meer aandacht voor dromen, zoals de beoefening van de droomyoga.

Ook wordt vaak onderscheid gemaakt tussen twee soorten dromen:

Dromen die voortkomen uit karmische sporen. Karmisch bepaalde dromen kunnen zowel betrekking hebben op recente gebeurtenissen, als op onze jeugd of voorgaande levens

Dromen die voortvloeien uit helderheid van onze geest. Het kan hierbij gaan om lucide, helderziende of voorspellende dromen of dromen over de leraar en de voortgang van het meditatieproces


Ann Faraday over dromen

Ann Faraday zette vraagtekens bij het Freudiaanse begrip van verdringing. Verdringing betekent dat alles wat pijnlijk is uit het bewustzijn wordt verdrongen om het niet onder ogen te hoeven zien. Deze begrippen zorgen ervoor dat de analyticus altijd gelijk heeft met zijn of haar interpretatie. Ook als die tegen het eigen gevoel van de dromer ingaat. Protesten tegen de droominterpretatie kunnen in dat licht worden gezien als een afweerreactie tegen een al te pijnlijke waarheid.

Anderzijds relativeert Faraday de veronderstelling van de Gestalt-therapie dat elk droombeeld uitsluitend iets over de dromer zelf zegt en niet zozeer over zijn omgeving. Faraday probeert antwoord te geven op de klassieke vraag: 'als ik nu van mijn partner droom, zegt dat dan iets over je partner of over mijzelf?' Met andere woorden: in hoeverre worden onze droomfiguren bepaald door de projecties van onze eigen geest?


Drie droom-niveaus

Om hierover meer duidelijkheid te krijgen, onderscheidt Faraday drie niveaus in onze dromen. Deze corresponderen met een glijdende schaal van 'objectief' naar meer subjectief. De niveaus kunnen je helpen om je droom beter te begrijpen. In de praktijk overlappen deze niveaus elkaar vaak.

De niveaus zijn:

naar buiten gezien

in de spiegel

naar binnen gezien


Naar buiten gezien

De droom gaat over de objectieve werkelijkheid. Mensen aan wie je de droom vertelt, reageren vaak met herkenning: 'Ja, zo is het precies'. Of als je over een wederzijdse bekende hebt gedroomd 'Ja, ik had het niet mooier kunnen bedenken, dat is hem ten voeten uit'.

Faraday vertelt over haar eigen droom dat ze met haar pasgeboren kindje op de trap loopt, met haar voet blijft haken in een scheur en struikelt. In werkelijkheid is die scheur in de trap er ook. Wat haar droom laat zien, 'klopt' dus tot op zekere hoogte.


Faraday vindt dat je een droom eerst op realiteitswaarde moet testen. Droom je van uitvallende tanden? Dan kun je het beste eerst naar de tandarts gaan om te kijken of er echt iets aan de hand is met je gebit. Zo niet, dan kijk je of je je droom kan begrijpen vanaf de twee volgende niveau's.


Als in een spiegel

De droom geeft iets weer van onze verwachtingen en vooronderstellingen. Hoe ervaren we onze omgeving? Door welke bril kijken we?

Bijvoorbeeld: iemand droomt dat hij door een eenzame, donkere straat loopt. In deze periode ervaart hij zijn leven ook als een donkere, eenzame straat.


Naar binnen gezien

De droom geeft een 'schildering' van onze binnenwereld. Van onze conflicten, onze emoties en ook van onze mogelijkheden. Op dit niveau klopt de aanname van de Gestalt-theorie dat alle droombeelden aspecten van onze eigen persoonlijkheid zijn. Op dit niveau ook kun je de denkbeelden van Freud en Jung plaatsen. Wat je droomt, dat ben jezelf. Je bènt die tijger uit je droom, of die prachtige prinses.